Kitap · Camera Obscura
Sayfa 480 / 525
Yazar: Hildebrand
Süre0:00
Hız (WPM)0.0
Doğruluk100.0%
Başlat düğmesine bastıktan sonra yazmaya başla. · Backspace devre dışı — yanlış yazsan da devam et.
Nu moeten wij de lotgevallen van Mendez en Fiesco nagaan. Zij
waren langs de zuidelijke kust van het eiland gevaren tot zij het
einde bereikt hadden. De zee was zeer kalm geweest. Toen waren
zij moedig de oogenschijnlijk grenzenlooze zee opgevaren, die
voor hen lag. Geen wolkje was er aan de lucht en geen windje
rimpelde de golven van den oceaan. De hitte van de keerkringszon
was verschrikkelijk, want zelfs de inlanders sprongen in zee, om
zich te verfrisschen, voor zij de roeiriemen weer in de hand
namen. Nacht en dag werd de reis voortgezet. De Indianen, die al
het werk deden, losten elkander af, zoodat, als de eene helft
roeide, de andere ging slapen. Ook de Spanjaarden, die met de
wapenen in de hand de wacht hielden, deden dat bij beurten; omdat
zij bang waren, dat de door hen tot slaven vernederde Indianen,
tegen hen zouden opstaan.
Başlat düğmesine bastıktan sonra yazmaya başla.
Başlatılmadı