Libro · Max Havelaar
Pagina 145 di 887
Autore: Multatuli
Tempo0:00
Velocita (WPM)0.0
Precisione100.0%
Premi inizia e digita le righe esattamente. · Backspace disattivato — continua anche dopo un errore.
Een krachtig man van dertigjarigen leeftyd en flinke militaire
houding, hoewel van uniform geen spoor was, trad de pendoppo in.
Het was de eerste-luitenant Duclari, kommandant van 't kleine
garnizoen te Rangkas-Betoeng. Verbrugge en hy waren bevriend, en
hun gemeenzaamheid was te grooter, daar Duclari sedert eenigen
tyd de woning van Verbrugge betrokken had in afwachting der
voltooiing van een nieuw fort. Hy drukte dezen de hand, groette
den Regent beleefd, en ging zitten onder de vraag: "wel, wat heb
je al zoo hier?"
--Wil je thee, Duclari?
--Wel neen, ik ben warm genoeg! Heb je geen klapperwater?[28] Dat
is frisscher.
--Dat laat ik je niet geven. Als men warm is, houd ik
klapperwater voor heel nadeelig. Je wordt er styf en jichtig van.
Zie eens de koelies die zware vrachten over de bergen dragen: zy
houden zich vlug en lenig door heet water te drinken, of koppi
dahoen. Maar gemberthee[29] is nog beter ...
--Wat? Koppi dahoen, thee van koffibladen? Dat heb ik nog nooit
gezien.
Premi inizia e digita le righe esattamente.
Non iniziato