Libro · Max Havelaar
Pagina 144 de 887
Autor: Multatuli
Tiempo0:00
Velocidad (WPM)0.0
Precisión100.0%
Pulsa iniciar y escribe las líneas exactamente. · Retroceso desactivado — continua incluso tras un error.
De Adhipatti zag hem aan, als wachtte hy een aanval af. Hy wist
dat er na dat "maar" iets volgen kon, dat onaangenaam zou te
hooren zyn voor hem, die sedert dertig jaren Regent van Lebak
geweest was. Het scheen dat Verbrugge op dit oogenblik geen lust
had den stryd voorttezetten. Althans hy brak 't gesprek af, en
vroeg weder aan den mandoor-oppasser of hy niets komen zag?
--Ik zie nog niets van den kant van Pandeglang, mynheer de
kontroleur, maar daar-ginds aan de andere zyde rydt iemand
te-paard ... het is de toewan kommendaan.
--Welzeker, Dongso, zei Verbrugge naar buiten starende, dat is de
kommandant! Hy jaagt in deze buurt, en is vanmorgen vroeg reeds
uitgegaan. He, Duclari ... Duclari!
--Hy hoort u al, mynheer, hy komt hierheen. Zyn jongen rydt
achter hem, met een kidang[26] achter zich over 't paard.
--Pegang koedahnja toewan kommendaan[27] gebood Verbrugge aan een
der bedienden die buiten zaten. Bonjour, Duclari! Ben je nat? Wat
heb je geschoten? Kom binnen!
Pulsa iniciar y escribe las líneas exactamente.
Sin iniciar