Buch · Max Havelaar
Seite 141 von 887
Autor: Multatuli
Zeit0:00
Tempo (WPM)0.0
Genauigkeit100.0%
Start drücken und den Text exakt schreiben. · Rucktaste deaktiviert — auch bei Fehlern weitertippen.
Dit nu wist Verbrugge wel: men was in Januari.[23] Maar wat hy
over den regen gezegd had, wist de Regent ook. Hierop volgde
weder eenig zwygen. De Regent wenkte met een nauw zichtbare
beweging van 't hoofd, een der bedienden die neergehurkt zaten
aan den ingang der pendoppo. Een kleine jongen, allerliefst gevat
in een blauw-fluweelen buis, witten pantalon, met gouden lyfband
die zyn kostbaren sarong, vasthield om de lenden, en op 't hoofd
den behagelyken kain kapala, waaronder zyn zwarte oogen zoo
ondeugend te-voorschyn kwamen, kroop hurkende tot aan de voeten
des Regents, zette de gouden doos neder, die de tabak, de kalk,
de sirie, de pinang, en de gambier bevatte, maakte den slamat,
door beide handen saamgevoegd opteheffen tot aan het diep
neergebogen voorhoofd, en bood daarop zyn heer de kostbare doos
aan.[24]
--De weg zal moeielyk zyn na zooveel regen, zei de Regent, als om
't lang wachten verklaarbaar te maken, terwyl hy een betelblad
met kalk bestreek.
Start drücken und den Text exakt schreiben.
Nicht gestartet